ECLI:NL:HR:2023:317

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2023
Publicatiedatum
24 februari 2023
Zaaknummer
21/01500
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 420ter SrArt. 420bis SrArt. 140 SrArt. 361 lid 4 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak grootschalige internetfraude en medeplegen witwassen

De Hoge Raad heeft op 7 maart 2023 het cassatieberoep van de verdachte verworpen in een strafzaak over grootschalige internetfraude. De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie door het infecteren van computers met malware om frauduleuze overboekingen te realiseren.

De cassatie richtte zich onder meer op de bewijsvoering omtrent het gebruik van een bijnaam door de verdachte, de bewijskracht met betrekking tot medeplegen van witwassen bij diverse transacties, en de toewijzing van vorderingen van benadeelde partijen zoals banken. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering.

De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de verdachte en de rechtmatigheid van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen. Hiermee wordt de eerdere uitspraak van het gerechtshof gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01500
Datum7 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 maart 2021, nummer 22-003540-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A. heeft Th.O.M. Dieben, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.
Namens de benadeelde partij ING Bank Nederland N.V. heeft A.L. de Vogel, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de benadeelde partijen hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 maart 2023.