ECLI:NL:HR:2023:274

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
21/03131
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 266 lid 1 SrArt. 267 lid 2 SrArt. 359 lid 2 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Belediging van buitengewoon opsporingsambtenaar in stationshal en strafmotivering

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor belediging van een buitengewoon opsporingsambtenaar in een stationshal. De verdachte voerde onder meer een bewijsklacht aan tegen het oordeel van het hof over zijn opzet en voerde aan dat de strafoplegging onvoldoende was gemotiveerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat het hof toereikend gemotiveerd heeft beslist over het opzetverweer en de strafmotivering. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, aangezien de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bevestigd. De straf, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier dagen, werd daarmee gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorwaardelijke gevangenisstraf van vier dagen wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03131
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juli 2021, nummer 21-006519-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.