ECLI:NL:HR:2023:24

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2023
Publicatiedatum
11 januari 2023
Zaaknummer
22/00025
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 300 lid 1 SrArt. 51i SvArt. 359a lid 3 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen arrest poging doodslag en mishandeling in penitentiaire inrichting

In deze strafzaak werd de verdachte, een gedetineerde, door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot doodslag en mishandeling van twee medewerkers van een penitentiaire inrichting. Het hof legde een maatregel van TBS met dwangverpleging op.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof artikel 51i Sv had geschonden door het afwijzen van zijn verzoek om een deskundige te benoemen en te horen. Tevens werd aangevoerd dat het arrest niet voldeed aan de motiveringsverplichting van artikel 359a lid 3 Sv, omdat het hof zich had gebaseerd op een rapportage van een psycholoog en twee psychiaters die niet als bewijs mochten worden gebruikt.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering op 10 januari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden met oplegging van TBS met dwangverpleging wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00025
Datum10 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 december 2021, nummer 21-000409-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Vitanov, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 januari 2023.