Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
14 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake belaging door het sturen van ruim 30 niet-werkgerelateerde e-mails naar een ex-leidinggevende over een periode van ongeveer zeven weken.
De verdachte stelde in cassatie dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, was overschreden vanwege late toezending van stukken door het hof. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht gegrond was en dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, mede doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Hierdoor werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd tot elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De overige klachten van de verdachte werden verworpen. De Hoge Raad motiveerde dit niet uitvoerig omdat beantwoording niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 14 februari 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot elf maanden en drie weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.