Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
14 februari 2023.
Hoge Raad
In deze zaak was verdachte in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag, gepleegd in 2019 in Eindhoven na een ruzie in het uitgaansleven waarbij hij het slachtoffer meermalen tegen het hoofd trapte en sloeg.
Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Zijn advocaat diende een schriftuur in, maar de procureur-generaal bracht geen schriftelijk standpunt uit.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie werd het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz, tijdens een openbare terechtzitting op 14 februari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.