Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede en het vierde cassatiemiddel
5.Beslissing
19 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake het opzettelijk en wederrechtelijk vervaardigen van een afbeelding met gebruikmaking van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, namelijk een iPhone 5.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte tijdens een feest een filmpje maakte van seksuele handelingen in een jacuzzi, waarbij het slachtoffer niet wist dat zij werd gefilmd. De verdediging betoogde dat het slachtoffer impliciet toestemming had gegeven omdat zij zich bewust was van de aanwezigheid van mobiele telefoons en het maken van foto's en filmpjes.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar gemaakt' afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van het technisch hulpmiddel en het gebruik daarvan. De motivering van het hof was ontoereikend om vast te stellen dat de aanwezigheid van het hulpmiddel niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, mede gelet op het feit dat verdachte gedurende het feest voortdurend filmpjes en foto's maakte.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Tevens werd gewezen op de gewijzigde strafbepaling sinds 1 januari 2020, waarbij het gebruik van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet kenbaar is gemaakt geen vereiste meer is voor strafbaarheid van het vervaardigen van een afbeelding van seksuele aard.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering omtrent kenbaarheid van technisch hulpmiddel en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.