Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 12 december 2023 arrest gewezen in een cassatieprocedure tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2022. De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene, die betrokken was bij hennepteelt en deelname aan een criminele organisatie.
Het hof had een betalingsverplichting van €468.508 opgelegd aan de betrokkene. De betrokkene stelde cassatieberoep in, waarbij onder meer werd geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de inhoudelijke uitspraak van het hof niet tot vernietiging konden leiden, maar dat het cassatiemiddel over de redelijke termijn gegrond was. Dit leidde tot een vermindering van het opgelegde bedrag tot €463.508. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €463.508 wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.