ECLI:NL:HR:2023:1677

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
23/02405
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende verzet tegen een uitspraak van die rechtbank.

Het beroepschrift dat via het webportaal van de Hoge Raad werd ontvangen, voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het de gronden van het beroep niet bevatte. De Hoge Raad heeft belanghebbende daarop in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen.

Ondanks deze gelegenheid bevatte het bericht en de bijlagen die daarna werden ingediend nog steeds geen gronden zoals vereist. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools en uitgesproken op 1 december 2023.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/02405
Datum1 december 2023
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 15 mei 2023, nrs. AWB 21/79 en AWB 21/80, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van die rechtbank.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het via het webportaal van de Hoge Raad ontvangen beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 26 juni 2023 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld dat verzuim binnen zes weken na die datum te herstellen.
Daarop heeft de Hoge Raad op 3 augustus 2023 via het webportaal een bericht van belanghebbende ontvangen. Daarbij is als bijlage een aantal stukken gevoegd. Dat bericht en die bijlagen bevatten geen gronden als bedoeld in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. Daarom zal de Hoge Raad het beroep in cassatie met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2023.