ECLI:NL:HR:2023:1672

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
23/01063
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over bewijswaardering ontslag op staande voet

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2022, waarin het hof het ontslag op staande voet had beoordeeld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten over de bewijswaardering van het voorval onvoldoende zijn om de beschikking te vernietigen.

Het geding betrof een arbeidsrechtelijke kwestie waarbij de beoordeling van het ontslag op staande voet centraal stond. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag voor het procesverloop en de feitelijke context.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk te motiveren waarom het cassatieberoep werd verworpen, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad veroordeelde verzoeker in de kosten van het cassatiegeding tot een bedrag van € 2.657,--, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/01063
Datum1 december 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J. den Hoed.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak 9204236 / EJ VERZ 21-83434 van de rechtbank Den Haag van 27 juli 2021 en 8 februari 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.310.928/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2022.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
1 december 2023.