ECLI:NL:HR:2023:1652

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
21/04005
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SrArt. 2.A OpiumwetArt. 2.C Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM wegens overlijden verdachte in zaak medeplegen MDMA-uitvoer

Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van de uitvoer van 143 kilo MDMA naar Australië en het opzettelijk aanwezig hebben van 460 gram amfetamine. De verdachte was geboren in 1966 en werd door het openbaar ministerie vervolgd.

Tijdens de procedure in cassatie werd door de Hoge Raad vastgesteld dat de verdachte op 22 november 2022 was overleden, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het gerechtshof en het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Hiermee komt een einde aan de strafprocedure tegen de overleden verdachte.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het overlijden van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04005
Datum28 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 september 2021, nummer 20-004021-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Kuipers, advocaat te Arnhem, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Het eerste cassatiemiddel is schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij conclusie van 12 september 2023 geconcludeerd tot verwerping van het beroep en bij conclusie van 7 november 2023 aanvullend geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch en van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 10 december 2019 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

2.Overlijden van de verdachte

Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 22 november 2022 overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 10 december 2019;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 november 2023.