Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Overlijden van de verdachte
3.Beslissing
28 november 2023.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van de uitvoer van 143 kilo MDMA naar Australië en het opzettelijk aanwezig hebben van 460 gram amfetamine. De verdachte was geboren in 1966 en werd door het openbaar ministerie vervolgd.
Tijdens de procedure in cassatie werd door de Hoge Raad vastgesteld dat de verdachte op 22 november 2022 was overleden, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het gerechtshof en het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Hiermee komt een einde aan de strafprocedure tegen de overleden verdachte.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het overlijden van de verdachte.