Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 november 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van [betrokkene] tegen de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door DUO, behandeld. Het geschil betreft een civielrechtelijke procedure waarin het hof Arnhem-Leeuwarden op 13 september 2022 een arrest heeft gewezen. [Betrokkene] stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, terwijl DUO verstek liet gaan.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland en de arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden die aan deze procedure ten grondslag liggen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van [betrokkene] schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van [betrokkene] beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en [betrokkene] veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van DUO nihil zijn begroot. Het arrest is uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock en gewezen door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid door overschrijding van de appelgrens.