Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 februari 2023.
Hoge Raad
De verdachte kocht op een vrije markt in Tiel een kostbare zitmaaier van een onbekende persoon, op basis van een foto op diens telefoon. Hij betaalde contant €900,- zonder bon, terwijl hij de marktwaarde zelf schatte op €1300-1500. Verdachte handelt in gereedschap en was eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Het hof oordeelde dat verdachte onder deze omstandigheden de plicht had om nader onderzoek te doen naar de herkomst van de zitmaaier. Dit onderzoek heeft hij echter nagelaten, ondanks zijn eerdere veroordeling en zijn kennis van de marktwaarde. Het hof achtte daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de zitmaaier door misdrijf was verkregen, en dat hij daarmee met aanmerkelijke onvoorzichtigheid handelde.
De verdediging voerde aan dat verdachte voldoende onderzoek had gedaan en niet aanmerkelijk onvoorzichtig had gehandeld. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof dit oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het cassatiemiddel faalt. Het beroep wordt verworpen en de veroordeling voor schuldheling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor schuldheling wegens tekortschieten in onderzoeksplicht bij aankoop van een gestolen zitmaaier.