ECLI:NL:HR:2023:1635

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
23/00157
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hoger beroep was gedaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van de eerdere uitspraken is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Daarom heeft de Hoge Raad besloten het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest is gewezen door de raadsheren E.N. Punt (voorzitter), M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2023.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/00157
Datum24 november 2023
ARREST
In de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 december 2022, nrs. 22/00150 tot en met 22/00250 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. 18/6458 tot en met 18/6461, 19/4251 tot en met 19/4279, 20/5660 tot en met 20/5678, 20/6138 tot en met 20/6140, 20/6237 tot en met 20/6240, 20/6641 tot en met 20/6649, 20/7182 tot en met 20/7209, en 20/9542 tot en met 20/9546) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2023.