ECLI:NL:HR:2023:1601

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
21/04441
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Artikel 81 RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 lid 3 SrArt. 312 lid 2 sub 2 SrArt. 326 lid 1 SrArt. 33a lid 1 sub c SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen afpersing en oplichting met strafvermindering

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hij werd veroordeeld voor meermalen gepleegd medeplegen van afpersing en oplichting. De verdachte werd bij het hof onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf en de verbeurdverklaring van een auto.

In cassatie werden diverse klachten over het bewijs en de verbeurdverklaring van de auto ingediend. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad hoeft geen nadere motivering te geven omdat de klachten niet van belang zijn voor de rechtseenheid of -ontwikkeling.

Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden. Gezien de beperkte overschrijding wordt dit erkend zonder verdere rechtsgevolgen. De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert het onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf volgens de gebruikelijke maatstaven.

Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest grotendeels in stand blijft. De verbeurdverklaring van de auto en de bewezenverklaring van de feiten blijven gehandhaafd. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Dalebout op 21 november 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand met vermindering van de gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04441
Datum21 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 oktober 2021, nummer 21-002788-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat te Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 november 2023.