ECLI:NL:HR:2023:1594

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
23/02998
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke schadevordering na strafrechtelijke tenuitvoerlegging

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel inzake een verzoek om schadevergoeding als gevolg van de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen beroep in cassatie mogelijk is tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover de wet dit uitdrukkelijk toestaat. In deze zaak is geen wettelijke grondslag aanwezig om cassatie toe te staan tegen uitspraken betreffende schadevergoedingsverzoeken na strafrechtelijke tenuitvoerlegging.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 17 november 2023 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende wettelijke grondslag voor cassatie in bestuursrechtelijke schadevorderingen na strafrechtelijke tenuitvoerlegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/02998
Datum17 november 2023
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 8 december 2022, nr. ZWO 22/1367 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de bestuursrechter die is gedaan in een geschil betreffende een verzoek om schadevergoeding als gevolg van de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2023.