ECLI:NL:HR:2023:1594
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke schadevordering na strafrechtelijke tenuitvoerlegging
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel inzake een verzoek om schadevergoeding als gevolg van de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen beroep in cassatie mogelijk is tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover de wet dit uitdrukkelijk toestaat. In deze zaak is geen wettelijke grondslag aanwezig om cassatie toe te staan tegen uitspraken betreffende schadevergoedingsverzoeken na strafrechtelijke tenuitvoerlegging.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 17 november 2023 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende wettelijke grondslag voor cassatie in bestuursrechtelijke schadevorderingen na strafrechtelijke tenuitvoerlegging.