Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 november 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vrouw, verzochtster tot cassatie, beroep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De klacht betrof onder meer de schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat de niet-ontvankelijkverklaring zou zijn veroorzaakt door een fout van het postvervoerbedrijf dat belast is met universele postdiensten.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het gedingverloop in feitelijke instanties. De man, verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom is het cassatieberoep verworpen en is de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd, ondanks de aangevoerde klacht over de fout van het postvervoerbedrijf.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen wegens overschrijding van de rechtsmiddelentermijn ondanks de klacht over een fout van het postvervoerbedrijf.