ECLI:NL:HR:2023:1534

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
23/01396
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatie wegens overschrijding rechtsmiddelentermijn ondanks klacht over postvervoerfout

In deze zaak heeft de vrouw, verzochtster tot cassatie, beroep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De klacht betrof onder meer de schending van artikel 6 EVRM Pro, omdat de niet-ontvankelijkverklaring zou zijn veroorzaakt door een fout van het postvervoerbedrijf dat belast is met universele postdiensten.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor het gedingverloop in feitelijke instanties. De man, verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarom is het cassatieberoep verworpen en is de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd, ondanks de aangevoerde klacht over de fout van het postvervoerbedrijf.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen wegens overschrijding van de rechtsmiddelentermijn ondanks de klacht over een fout van het postvervoerbedrijf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/01396
Datum10 november 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/19/137367 / FA RK 21-1991 van de rechtbank Noord-Nederland van 26 april 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.314.024/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2023.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
10 november 2023.