In deze zaak stond de vraag centraal of bestuurders aansprakelijk konden worden gehouden voor de schending van een exclusiviteitsbeding in een overeenkomst, waarbij sprake was van een persoonlijk ernstig verwijt. De procedure begon bij de rechtbank Overijssel, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden arrest wees dat de aansprakelijkheid bevestigde. Tegen dit arrest stelde eiser cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van eiser niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van de bestuurders voor de schending van het exclusiviteitsbeding en onderstreept het belang van persoonlijke verwijtbaarheid in dergelijke aansprakelijkheidskwesties.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de bestuurders wordt bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04058
Datum3 november 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: P.A. Fruytier,
tegen
1. WASTE PRODUCTS B.V.,
gevestigd te Goor,
2. DBICS HOLDING B.V.,
gevestigd te Joure,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: Waste Products c.s.,
advocaten: J.W. de Jong en J.W.H. van Wijk.
1.Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/212265 / HA ZA 17-587 van de rechtbank Overijssel van 26 september 2018 en 10 juli 2019;
b. de arresten in de zaak 200.269.189 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 mei 2022 en 2 augustus 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 2 augustus 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Waste Products c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door J.P. Jas. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Waste Products c.s. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 november 2023.