ECLI:NL:HR:2023:149
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in AOW-zaak
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de toepassing van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam betreffende een besluit van de Sociale Verzekeringsbank.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel 53 van Pro de Algemene Ouderdomswet is cassatie niet toegelaten tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die betrekking hebben op de toepassing van artikel 7a AOW.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd gewezen door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en uitgesproken op 3 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens wettelijke uitsluiting van cassatie.