Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 oktober 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het hof bij het vaststellen van de door de benadeelde partij geleden materiële schade rekening moest houden met een bedrag van €18.126 dat via crowdfunding was verkregen ter bestrijding van de kosten die voortvloeiden uit het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De verdachte was veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van drie minderjarige kinderen aan het gezag van hun moeder door hen in Turkije te houden.
Het hof had geoordeeld dat het niet redelijk was om het crowdfundingbedrag in mindering te brengen op de schadevergoeding, omdat het om giften ging waarvan het voordeel niet aan de verdachte toekomt en de benadeelde partij zelf kon bepalen hoe zij met deze gelden omging. De benadeelde partij had bovendien verklaard dat zij het ontvangen bedrag zou terugstorten aan de schenkers of aan een goed doel zou schenken.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het beroep van de verdachte werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat crowdfundinggiften niet in mindering worden gebracht op de door verdachte te vergoeden schadevergoeding.