ECLI:NL:HR:2023:1444

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
21/05339
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in diamantroofzaak Schiphol 2005

In deze zaak betreft het een cassatieberoep van een verdachte in een diamantroofzaak die plaatsvond op Schiphol in 2005. Het gerechtshof Amsterdam had op 17 december 2021 een arrest gewezen in deze strafzaak. De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Echter, de verdachte heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, waardoor het beroep niet ontvankelijk is verklaard. De advocaat-generaal concludeerde eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad toetst strikt de ontvankelijkheid van cassatieberoepen en vereist dat binnen de wettelijke termijn schriftelijke klachten worden ingediend.

De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte daarom niet inhoudelijk behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Caminada en Trotman op 17 oktober 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05339
Datum17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 december 2021, nummer 23-000417-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet–ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 oktober 2023.