ECLI:NL:HR:2023:1431

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
21/04559
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in bedreiging burgemeester zaak

Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 oktober 2021, waarin hij werd veroordeeld voor bedreiging van een burgemeester met een misdrijf tegen het leven gericht.

Het cassatieberoep richtte zich onder meer op klachten over innerlijke tegenstrijdigheid in de bewijsvoering en het ontbreken van voorwaardelijk opzet dat de aangever daadwerkelijk op de hoogte zou raken van de bedreigende uitlatingen. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Er is geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Van Strien en Kuijer, en uitgesproken op 31 oktober 2023. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor het hofarrest in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04559
Datum31 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 oktober 2021, nummer 21-004067-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F. Visser, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 oktober 2023.