Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2021. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van woninginbraak en het beschadigen van een benzinepomp. Het cassatieberoep richtte zich op klachten over de uitspraak van het hof.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 10 oktober 2023, onder voorzitterschap van vice-president M.J. Borgers, met raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.