Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
4.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van uitvoer van cocaïne en amfetamine, medeplegen van voorbereidingshandelingen voor invoer van cocaïne, deelneming aan een criminele organisatie en gewoontewitwassen.
In cassatie werden verschillende klachten ingediend, waaronder over de bewijsvoering en het getuigenverzoek. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door de late verzending van stukken door het hof en de lange duur van de cassatieprocedure. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 68 maanden naar 67 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het cassatieberoep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 3 oktober 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 68 naar 67 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep wordt verder verworpen.