ECLI:NL:HR:2023:1348

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
21/05359
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5.2 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6.2 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2.1 cat. I onder 3 Wet wapens en munitieArt. 13.1 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake voorhanden hebben boksbeugel

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 december 2021, waarin hij werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een boksbeugel, een verboden wapen volgens de Wet wapens en munitie (WWM).

De verdediging stelde onder meer dat er onvolkomenheden waren bij de beëdiging van één of meer raadsheren van het hof en betwistte of het voorwerp dat verdachte bij zich had als een boksbeugel kon worden aangemerkt binnen de betekenis van de WWM.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad vond geen noodzaak om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Buruma en Kuijer op 3 oktober 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft ongewijzigd van kracht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05359
Datum3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 december 2021, nummer 20-002490-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2023.