Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie een arrest van het gerechtshof Den Haag over medeplegen van het onbruikbaar maken van beschoeiing, meermalen gepleegd. De verdediging had tijdens de terechtzitting in hoger beroep een verzoek gedaan tot het houden van een schouw, om de feitelijke situatie ter plaatse beter te kunnen beoordelen. Dit verzoek was gebaseerd op artikel 318 jo Pro. 328 van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft echter nagelaten om uitdrukkelijk te beslissen op dit verzoek, terwijl dit volgens de Hoge Raad wel vereist was. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting, noch het arrest van het hof bevatten een beslissing op dit verzoek. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor zover het betreft de beslissingen over de tenlasteleggingen en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak terugverwezen wegens het ontbreken van een beslissing op het verzoek tot het houden van een schouw.