Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van het negende cassatiemiddel
4.Beoordeling van het twaalfde cassatiemiddel
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
6.Beslissing
3 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld en andere strafbare feiten binnen een motorclubcontext. De verdediging stelde onder meer dat de bewezenverklaring onrechtmatig was omdat deze in beslissende mate was gebaseerd op de verklaring van een overleden getuige, die niet kon worden gehoord.
De Hoge Raad oordeelt dat de verklaring van de overleden getuige bruikbaar is voor het bewijs, omdat de betrokkenheid van verdachte niet uitsluitend op deze verklaring steunt maar voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals verklaringen van medeverdachten, getuigen en getapte telefoongesprekken. De bewezenverklaring is daarmee niet onbegrijpelijk of onjuist.
Daarnaast is het cassatieberoep ontvankelijk, ook voor zover het zich richt tegen een tussenarrest waarin getuigenverzoeken werden afgewezen. De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, maar verbindt hieraan geen rechtsgevolgen. Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen diefstal met geweld.