Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 september 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De vliegers, woonachtig in Zwitserland en Italië en in dienst van KLM sinds respectievelijk 1990 en 1991, kregen vanaf 2017 naheffingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd over de jaren vanaf 2012, nadat het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland was gewijzigd. KLM had in die jaren geen loonbelasting ingehouden op hun salarissen.
De vliegers vorderden dat KLM hen schadeloos stelde voor de door hen te betalen naheffingen, stellende dat KLM tekort was geschoten in haar zorgplicht door hen niet te waarschuwen over de fiscale gevolgen van de verdragswijziging. De kantonrechter kende KLM een aansprakelijkheid van 50% toe, maar het hof wees de vorderingen af, stellende dat de fiscale situatie primair de verantwoordelijkheid van de werknemer is en KLM geen adviserende taak heeft.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd of onvoldoende heeft gemotiveerd dat KLM geen waarschuwingsplicht zou hebben. Gelet op de omstandigheden, waaronder KLM als grote werkgever met fiscale afdeling en de aard van de verdragswijziging, kan een waarschuwingsplicht uit hoofde van goed werkgeverschap bestaan. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege een mogelijke waarschuwingsplicht van KLM jegens de vliegers over de fiscale verdragswijziging.