ECLI:NL:HR:2023:122

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 2023
Publicatiedatum
27 januari 2023
Zaaknummer
21/00848
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Peek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken cassatiemiddelen

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een advocaat binnen een bepaalde termijn schriftelijk de klachten indienen bij de Hoge Raad. Omdat deze verplichting niet is nagekomen, kan het beroep niet in behandeling worden genomen.

De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en het arrest van het gerechtshof in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Deze beslissing benadrukt het belang van het tijdig en correct indienen van cassatiemiddelen voor de ontvankelijkheid van een cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00848
Datum7 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 februari 2021, nummer 21-002917-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 februari 2023.