Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
7 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling, openlijke geweldpleging en medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving op 7 januari 2018.
De verdediging had tijdens de terechtzitting in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek gedaan om een van de aangevers als getuige te horen, onder meer gebaseerd op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en recente jurisprudentie van het EHRM. Dit verzoek werd niet expliciet door het hof behandeld, omdat het hof de verklaring van die getuige niet als bewijs wilde gebruiken.
De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek een getuigenverzoek is zoals bedoeld in art. 315 jo Pro. 328 Sv, waarvoor een uitdrukkelijke beslissing vereist is, ook als het voorwaardelijk is en de gestelde voorwaarde is vervuld. Het ontbreken van een beslissing op dit verzoek leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het hof voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep toe en vernietigt het arrest van het hof, waarna de zaak wordt terugverwezen. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens het ontbreken van een beslissing op het voorwaardelijk getuigenverzoek.