ECLI:NL:HR:2023:1178
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak over uitnodiging tot betaling douanerechten
Belanghebbende, V.O.F. [X], had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 juni 2021. Deze uitspraak betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een aan belanghebbende uitgereikte uitnodiging tot betaling van douanerechten.
De Staatssecretaris van Financiën had verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.