ECLI:NL:HR:2023:1157

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
5 september 2023
Zaaknummer
23/02515
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311.1 SrArt. 457 lid 1 SvArt. 465 lid 1 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid aanvraag tot herziening wegens ontbreken veroordeling

De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2023. De aanvraag was ingediend namens een persoon die in hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard door het hof in zijn procedure tegen een vonnis van de politierechter.

De kern van de beoordeling was dat de uitspraak waarvan herziening werd gevraagd geen veroordeling inhield en daarom niet kwalificeerde als een uitspraak in de zin van artikel 457 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon de Hoge Raad de aanvraag niet in behandeling nemen, conform artikel 465 lid 1 Sv Pro.

De Hoge Raad besloot daarom de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk te verklaren. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Röttgering en Kuijer op 5 september 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat de onderliggende uitspraak geen veroordeling bevatte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02515 H
Datum5 september 2023
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 24 maart 2023, nummer 20-002806-22, ingediend door S. van Buuren, advocaat te Strijen,
namens
[aanvrager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 2 december 2022.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag kan niet tot herziening leiden, omdat de uitspraak waarvan herziening is gevraagd geen veroordeling inhoudt en daarom geen uitspraak in de zin van artikel 457 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is. Het gevolg daarvan is – gelet op artikel 465 lid 1 Sv Pro – dat de Hoge Raad de aanvraag niet in behandeling kan nemen.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 september 2023.