ECLI:NL:HR:2023:1138

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
28 augustus 2023
Zaaknummer
22/04689
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake uitlevering opgeëiste persoon aan Moldavië wegens mensenhandel

De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon van Roemeense nationaliteit aan Moldavië wegens verdenking van mensenhandel. De rechtbank Noord-Holland wees het uitleveringsverzoek op 5 december 2022 toe. De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij onder meer werd betwist dat de ter zitting verschenen persoon daadwerkelijk de opgeëiste persoon was.

De Hoge Raad beoordeelde de ingebrachte klachten, waaronder het ontbreken van een pleitnota en het verweer omtrent identiteit, maar oordeelde dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad motiveerde dit niet uitvoerig, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betroffen, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Het arrest werd op 29 augustus 2023 uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij het beroep werd verworpen en de uitleveringsuitspraak van de rechtbank in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak van de rechtbank blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04689 U
Datum29 augustus 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 december 2022, nummer […], op verzoek van Moldavië tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 augustus 2023.