ECLI:NL:HR:2023:1136

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
28 augustus 2023
Zaaknummer
21/04386
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SrArt. 8.5 WVW 1994Art. 9.2 WVW 1994Art. 162.3 WVW 1994
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overlijden verdachte in zaak rijden onder invloed en rijden met ongeldig rijbewijs

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake rijden onder invloed van cocaïne, rijden tijdens een rijverbod en rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld, maar in cassatie werd het beroep ingesteld door de verdachte.

Tijdens de procedure overleed de verdachte op 1 maart 2023, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering, waardoor het openbaar ministerie niet langer ontvankelijk is in de vervolging.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het gerechtshof en het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Hiermee is de strafzaak tegen de overleden verdachte beëindigd.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 29 augustus 2023, met vice-president Van den Brink als voorzitter en raadsheren Van Strien en Caminada.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte, waardoor het recht tot strafvordering is vervallen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04386
Datum29 augustus 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2021, nummer 21-000721-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij conclusie van 11 april 2023 geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over de onder parketnummer 18-238714-19 tenlastegelegde feiten en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, teneinde de zaak in zoverre opnieuw te berechten en af te doen.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en van het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2020 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

2.Overlijden van de verdachte

Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Leeuwarden gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 1 maart 2023 overleden.
Daarom is op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2020;
- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 augustus 2023.