Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
10 januari 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 10 januari 2023 het cassatieberoep van verdachte behandeld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 april 2021. De verdachte was veroordeeld voor medeplegen van het telen van een grote hoeveelheid hennep en het aanwezig hebben van hennep.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het hofarrest, maar alleen voor de strafmaat, met verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de bewezenverklaring niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf van 21 maanden (waarvan 12 maanden voorwaardelijk) met een proeftijd van 2 jaar naar 20 maanden en 3 weken gevangenisstraf, eveneens met 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het cassatieberoep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 21 maanden naar 20 maanden en 3 weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.