Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1041

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
22/00744
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a.1 OpiumwetArt. 10.4 OpiumwetArt. 10.15.1 TelecommunicatiewetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen drugslaboratorium en jammerbezit

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof 's-Hertogenbosch was veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot het vervaardigen van amfetamine en het aangelegd aanwezig hebben van een jammer zonder geldige vergunning. De verdachte voerde meerdere bewijsklachten aan, waaronder de vraag of het hof terecht had geoordeeld dat hij bestuurder van de bus was en of het hof zijn verklaring had gedenatureerd.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft en de veroordeling van de verdachte definitief is. De zaak betreft strafrechtelijke delicten op grond van de Opiumwet en de Telecommunicatiewet.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00744
Datum4 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 februari 2022, nummer 20-002712-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2023.