Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
4 juli 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een zaak van medeplegen moord op Curaçao.
De verdediging had meerdere cassatiemiddelen ingediend, waarvan het eerste werd ingetrokken en het tweede werd aangevuld. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het vonnis uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de opgelegde straf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de uitspraak van het hof niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden omdat de stukken te laat waren ingezonden en de uitspraak pas na meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan.
Hierdoor werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd tot vijftien jaren en negen maanden. Het beroep werd verder verworpen en de uitspraak van het hof werd vernietigd voor zover het de strafoplegging betrof.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijftien jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.