Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
self-storage) en het verhuren van miniboxen voor opslag. De aandeelhouder van belanghebbende is de zoon van de enig aandeelhouder van [A] B.V.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende verkreeg een belang in een houdstermaatschappij die opslagruimte verhuurt. In geschil was of deze houdstermaatschappij een onroerendezaakrechtspersoon is volgens artikel 4, lid 1, letter a, WBR, waarbij de bezitseis en doeleis centraal stonden.
Het hof stelde vast dat de bezittingen voor meer dan 50% uit onroerende zaken bestonden en verwierp de kwalificatie van intern gegenereerde goodwill als bezitting, omdat deze niet op de fiscale balans mag worden geactiveerd.
De Hoge Raad bevestigde dat alleen op de fiscale balans opgenomen activa als bezitting meetellen voor de bezitseis en dat intern gegenereerde goodwill niet als bezitting kan worden aangemerkt. Dit voorkomt dat bij elke aandelenoverdracht een goodwillberekening nodig is, wat niet strookt met de bedoeling van de wetgever.
De overige klachten van belanghebbende werden eveneens verworpen, waarna het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; intern gegenereerde goodwill telt niet mee als bezitting voor de bezitseis.