Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1023

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
3 juli 2023
Zaaknummer
22/00740
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.B OpiumwetArt. 2.C OpiumwetArt. 10a.1 jo. 10.4 OpiumwetArt. 10.2.1 Wet milieubeheerArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in zaak medeplegen productie amfetamine

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van het produceren van amfetamine in drugslaboratoria te Baarle-Nassau, Zevenaar en Rijen, alsmede medeplegen van het aanwezig hebben van amfetamine, medeplegen van voorbereidingshandelingen en het dumpen van drugsafval. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld, waaronder een bewijsklacht over de betrokkenheid bij het drugslaboratorium en een klacht over de strafmotivering. Deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad hoefde deze niet nader te motiveren omdat ze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Een derde cassatiemiddel betrof de overschrijding van de redelijke termijn, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit middel werd gegrond verklaard. De Hoge Raad constateerde dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, terwijl verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. Desondanks verbond de Hoge Raad geen ander rechtsgevolg aan deze overschrijding.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee het hofarrest van 28 februari 2022. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer op 4 juli 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de gevangenisstraf van acht jaren voor medeplegen productie en bezit van amfetamine.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00740
Datum4 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 februari 2022, nummer 20-002717-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. In het licht van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2023.