Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van 168 hennepstekken. De bewezenverklaring berustte voornamelijk op verklaringen van twee politieverbalisanten die de verdachte aanhielden en de hennep aantroffen.
De verdediging verzocht herhaaldelijk om het horen van deze verbalisanten als getuigen, met het oog op het onderbouwen van een vormverzuimverweer (art. 359a Sv) en het kunnen toetsen van de betrouwbaarheid van hun verklaringen, met name over de waarneming van de hennepgeur. Het hof wees deze verzoeken af, stellende dat de verdediging onvoldoende concreet had gemotiveerd waarom het horen noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelt dat deze afwijzing niet zonder meer begrijpelijk is, omdat het horen van de verbalisanten essentieel is voor het toetsen van belastend bewijs dat het hof uitsluitend op hun verklaringen baseerde. Tevens heeft het hof nagelaten te onderzoeken of de procedure voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting, waarbij de verdediging de mogelijkheid moet krijgen de verbalisanten te horen en het bewijs adequaat te toetsen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor nieuwe berechting met mogelijkheid tot horen van verbalisanten.