Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.Eerdere herzieningsaanvraag
3.De aanvraag tot herziening
4.Bewezenverklaring en bewijsvoering
een of meer ten name van fiscale eenheid [C] B.V., [A] B.V., c.s. gestelde aangiften omzetbelasting over een of meer aangiftetijdvakken in de periode van 1 juli 1998 tot en met 31 januari 2001, en/of
5.Beoordeling van de aanvraag
Uit deze stukken blijkt volgens de aanvraag in de kern dat:
Verder is nog aangevoerd dat de op transactie 2 betrekking hebbende facturen niet bedoeld waren als verkoopfacturen, maar als gedingstukken voor het kort geding tussen [A] B.V. en [B] B.V. op 11 mei 2000 en puur als interne stukken zijn verwerkt. Ter onderbouwing van dit standpunt wordt, naast de gegevens waaruit het feitelijk verloop hieromtrent blijkt, verwezen naar de daarmee overeenstemmende verklaring van [betrokkene 6] in het FIOD-Hoofd-PV. Ook dit is dus een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter bekend was en om die reden niet tot herziening kan leiden.
6.Beslissing
28 juni 2022.