Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
28 juni 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een gestolen auto en medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift. In cassatie werd het beroep van de verdachte behandeld door de Hoge Raad. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof, maar uitsluitend met betrekking tot de opgelegde gevangenisstraf, die volgens hem verminderd moest worden tot de gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, zodat de inhoudelijke strafoplegging in stand blijft. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de gevangenisstraf met drie maanden. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en stelde de straf vast op twee maanden en drie weken. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken op 28 juni 2022 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twee maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.