Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
28 juni 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen en het gebruik van valse arbeidsovereenkomsten. Het hof wees een gevangenisstraf van vijftien maanden op.
De verdediging stelde dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, maar het hof wees dit af met het argument dat de vertraging geheel door de verdediging was veroorzaakt. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk was, mede gezien de lange periode van meer dan twee jaar tussen het instellen van het hoger beroep en de eerste zitting.
Ook in de cassatiefase was de redelijke termijn overschreden door late indiening van stukken en een overschrijding van de uitspraaktermijn. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de strafmaat betreft en verminderde de gevangenisstraf met twee maanden tot dertien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van vijftien naar dertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en cassatie.