ECLI:NL:HR:2022:95
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2013
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2020, waarin het hoger beroep was behandeld over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente voor het jaar 2013.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen betrof die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak het arrest uit op 28 januari 2022, waarbij de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren M.W.C. Feteris en M.A. Fierstra het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.