ECLI:NL:HR:2022:937
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de rechtbank en een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproept, is geen nadere motivering vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 24 juni 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder nadere motivering.