ECLI:NL:HR:2022:922

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
22 juni 2022
Zaaknummer
21/01456
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrechtArt. 10.37 Wet milieubeheerArt. 225.1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor feitelijke leiding en medeplegen valsheid in geschrift bij afvalverwerking

De verdachte stond terecht voor het feitelijk leiding geven aan een bedrijf dat over een langere periode handelde in strijd met milieueisen, alsmede voor medeplegen van valsheid in geschrift met betrekking tot begeleidingsbrieven van afvalstoffen. Het hof Arnhem-Leeuwarden had hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

In cassatie voerde de verdachte meerdere verweren aan, waaronder nietigheid van de dagvaarding, niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, afwezigheid van schuld, en betwisting van de deskundigheid van NFI-rapporten. Ook werd aangevoerd dat geen van de monsterpotjes was geanalyseerd en dat het bewijs onvoldoende was.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het hof terecht passages uit het vonnis van de rechtbank als bewijsmiddel gebruikte. De strafmotivering en bewezenverklaring zijn voldoende onderbouwd. Het beroep werd verworpen, zonder nadere motivering omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot 11 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01456
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2021, nummer 21-006928-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Hörchner, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.