Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 juni 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zaak betreft de schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 van Pro het Wetboek van Strafvordering vanwege de ziekte van Alzheimer bij de verdachte, waarbij herstel niet meer te verwachten is.
De verdediging had verzocht om naast de schorsing van de vervolging ook een verklaring van einde van de zaak op grond van artikel 29f Sv (voorheen artikel 36 Sv Pro). Dit verzoek werd door het hof afgewezen met onvoldoende motivering volgens de verdediging.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de motivering van het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de schorsing van de vervolging wegens de progressieve ziekte van Alzheimer bij verdachte.