ECLI:NL:HR:2022:896

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
17 juni 2022
Zaaknummer
20/03378
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 SrArt. 246 SrArt. 247 SrArt. 36d SrArt. 70 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing onttrekking pistool in zedenzaken zonder terugwijzing

In deze zaak stond de verdachte terecht voor meerdere zedendelicten, waaronder ontucht en aanranding van minderjarige jongens die hulp zochten bij hem. De kern van het cassatieberoep betrof twee punten: de verjaring van het recht tot strafvordering voor aanranding gepleegd vóór 1 april 2001 en de onttrekking aan het verkeer van een pistool dat bij het onderzoek in beslag was genomen.

De Hoge Raad oordeelde dat de verjaringstermijn correct was toegepast door het hof en dat het beroep op verjaring niet tot cassatie leidt. Ten aanzien van het pistool stelde de Hoge Raad vast dat het hof onduidelijkheid had laten bestaan over de vraag of het pistool daadwerkelijk aan de verdachte toebehoorde. De verdachte had verklaard dat het pistool in een afgesloten ruimte lag en niet aan hem toebehoorde. Hierdoor was het oordeel van het hof niet begrijpelijk en vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de onttrekking aan het verkeer betrof.

Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot verdere bespreking van de overige cassatiemiddelen, omdat deze geen invloed hadden op de eenheid of ontwikkeling van het recht. De beslissing tot onttrekking aan het verkeer werd vernietigd zonder terugwijzing, waardoor die beslissing komt te vervallen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het pistool en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03378
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 oktober 2020, nummer 20-003471-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een pistool en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft miskend dat wat betreft het onder 3 tenlastegelegde, voor zover begaan vóór 1 april 2001, het recht tot strafvordering wegens verjaring was vervallen.
2.2
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld maar leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 11 tot en met 16.

3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel richt zich tegen de onttrekking aan het verkeer van een pistool en klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat dit pistool aan de verdachte toebehoort.
3.2.1
De verdachte is veroordeeld wegens zedendelicten, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 1.
3.2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2020 houdt, voor zover voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang, het volgende in:
“De verdachte verklaart als volgt.
Ik wil wat zeggen over het pistool. Dat is ten onrechte toegeschreven aan mij.
De voorzitter deelt mede dat het hof in het procesdossier heeft gelezen dat het pistool aan [betrokkene 9] zou toebehoren.
De verdachte verklaart als volgt.
Het pistool had niet aan mijn dossier toegevoegd mogen worden. Het lag in de kamer van [betrokkene 9], in een afgesloten ruimte.”
3.2.3
Het hof heeft de onttrekking aan het verkeer bevolen van het in het cassatiemiddel bedoelde pistool en daartoe het volgende overwogen:
“Het in de woning van de verdachte in beslag genomen pistool, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane misdrijf werd aangetroffen en dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.”
3.3
Artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:
“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.”
3.4
Het hof heeft bij de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het pistool klaarblijkelijk toepassing gegeven aan artikel 36d Sr. Het kennelijke oordeel van het hof dat het pistool aan de verdachte toebehoort is echter, mede in het licht van het verhandelde op de terechtzitting zoals weergegeven onder 3.2.2, niet begrijpelijk.
3.5
De klacht slaagt.

4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De beoordeling door de Hoge Raad van het tweede, het derde en het vijfde cassatiemiddel heeft als uitkomst dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het vierde cassatiemiddel niet nodig.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een pistool;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.