Uitspraak
gevestigd te Heerenveen,
wonende te [woonplaats],
1.De prejudiciële procedure
2.Uitgangspunten en feiten
4.Beslissing
10 juni 2022.
Hoge Raad
Deze prejudiciële procedure betreft de vraag of en hoe rechters ambtshalve moeten toetsen aan de informatieverplichtingen van handelaren bij op afstand gesloten consumentenaankopen, en welke sancties bij niet-naleving toegepast moeten worden. De zaak ontstond naar aanleiding van de online koop van een douchepaneel met mengkraan door een consument.
De kantonrechter stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over onder meer de toepassing van vernietiging van de overeenkomst, de bewijslast omtrent vermogensschade, en het gebruik van het landelijke Sanctiemodel dat prijsverminderingen voorschrijft bij schendingen van essentiële informatieplichten.
De Hoge Raad verwijst in zijn beslissing van 10 juni 2022 naar de eerdere prejudiciële beslissing van 12 november 2021, waarin reeds is geoordeeld dat de rechter niet ambtshalve hoeft te toetsen of een consument daadwerkelijk schade heeft geleden door niet-naleving van informatieplichten. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om van dat oordeel af te wijken en wijst erop dat het Sanctiemodel slechts een richtlijn is die niet bindend is en door de feitenrechter moet worden toegepast met oog voor proportionaliteit en evenredigheid.
De Hoge Raad besluit daarom af te zien van beantwoording van de nieuwe prejudiciële vragen, omdat deze grotendeels reeds zijn beantwoord en de overige vragen feitelijk afhankelijk zijn van de omstandigheden van het concrete geval. De beslissing bevestigt daarmee de bestaande rechtslijn omtrent informatieverplichtingen en sancties bij consumentenaankopen op afstand.
Uitkomst: De Hoge Raad ziet af van beantwoording van de prejudiciële vragen over sancties bij niet-naleving van informatieplichten bij consumentenaankopen op afstand.