ECLI:NL:HR:2022:829
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende, een B.V., had bij Rechtbank Noord-Holland een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tegen de uitspraak van de rechtbank werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Vervolgens werd door belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op advies van de procureur-generaal is besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren, conform artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 3 juni 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.