ECLI:NL:HR:2022:820

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juni 2022
Publicatiedatum
1 juni 2022
Zaaknummer
21/01181
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 62b ROArt. 5 lid 2 ROArt. 843a RvWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in alimentatiegeschil tussen ex-echtgenoten

In deze zaak staat een alimentatiegeschil tussen ex-echtgenoten centraal. De man heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikkingen van het gerechtshof Den Haag, die eerder in het geding waren in de rechtbank en het hof. De klachten van de man richten zich op onder meer de stelplicht en bewijslast met betrekking tot behoefte en behoeftigheid, de vraag of de beschikking van de rechtbank nietig is wegens het defungeren van een rechter, en het verzoek tot inzage in de belastingaangiften van de wederpartij.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikkingen van de rechtbank Den Haag van 26 september 2019 en het gerechtshof Den Haag van 10 juni 2020 en 16 december 2020 voor het procesverloop. Na beoordeling van de klachten over de beschikkingen van het hof oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van die beschikkingen.

De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet nader, omdat het beantwoorden van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De beschikking wordt op 3 juni 2022 door de vicepresident en raadsheren in het openbaar uitgesproken, waarbij het beroep wordt verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikkingen van het hof blijven in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01181
Datum3 juni 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/09/562415 FA RK 18-7914 van de rechtbank Den Haag van 26 september 2019;
de beschikkingen in de zaak 200.271.543/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 juni 2020 en 16 december 2020.
De man heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
3 juni 2022.